Het Europese voetbal heeft de afgelopen decennia een enorme evolutie doorgemaakt. Internationale transfers werden frequenter, enorme geldbedragen doen de ronde en de opmars van spelersmakelaars veranderde de machtsverhoudingen. Deze evoluties hebben ook hun impact op jeugdontwikkeling in het Europese voetbal. De instroom van buitenlandse spelers vermindert speelkansen van jonge binnenlandse talenten, terwijl kapitaalkrachtige clubs voetballers op een steeds jongere leeftijd trachten aan te trekken tegen lagere prijzen. Deze strategie staat haaks tegenover het resoluut kiezen voor de eigen jeugd. Voor opleidende clubs wordt het steeds moeilijker om een sportieve en financiële return op hun jeugdinvesteringen te realiseren.

Rond deze problematiek voerden studenten van de Universiteit Antwerpen een aantal studies uit onder begeleiding van Matteo Balliauw en Thomas Verlinden. Samen met Chris Van Puyvelde, technisch directeur van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), stelden zij hun resultaten voor tijdens een colloquium op de KBVB op 31 mei 2018. Belgische en buitenlandse jeugdverantwoordelijken, van o.a. de Franse en Italiaanse voetbalbond, maar ook Inter Milaan en Celtic Glasgow, behoorden tot de geïnteresseerde aanwezigen. De academische inzichten werden tijdens een panelgesprek aangevuld door Ariël Jacobs, Jean Kindermans, Dirk Geuens, Leander Monbaliu en David Pauwels. Zij waren het er over eens dat een gezamenlijke aanpak van de problematiek noodzakelijk is. Zoals het onderzoek van Jill Paulissen bevestigt, zorgen weloverwogen investeringen in jeugdopleidingen voor positieve financiële resultaten, op voorwaarde dat voldoende spelers de overstap naar de eerste ploeg maken. De meerwaarde die clubs realiseren op eigen jeugdspelers ligt soms zelfs hoger dan de meerwaarde op degene die via de transfermarkt werden aangekocht.

Ook spelers varen wel bij jeugdinvesteringen

“Wanneer een club investeert in haar jeugdwerking, heeft dit ook een meerwaarde voor de opgeleide spelers,” geeft Jasper Bosmans, student handelsingenieur in de beleidsinformatica, aan. Bosmans bewees samen met het bedrijf double pass dat de marktwaarde en de prestaties van spelers beter zijn wanneer zij beter opgeleid zijn. “Naast het loon is dus ook deze vorming een voordeel dat clubs hun spelers bieden. Dit inzicht is belangrijk voor clubs om hun strategie uit te werken, en in de onderhandelingen met spelers,” vindt Bosmans.

Ervaring is cruciaal

Om succesvol te zijn in hun carrière, moeten spelers in eerste instantie wel voldoende ervaring opdoen in hun eigen competitie. “Eerder onderzoek heeft aangetoond dat spelers die te vroeg naar het buitenland vertrekken vaak maturiteit en ervaring missen om te slagen in een buitenlandse competitie. Als grootste exporteur van minderjarige voetbaltalenten, heeft België daarom een fundamenteel probleem,” aldus collega-student Tom Vermeire. Daarom onderzocht hij hoe het mogelijk is om jonge talenten voldoende ervaring te laten opdoen in hun thuiscompetitie, alvorens de stap naar het buitenland te wagen. 

Na het blootleggen van de pijnpunten en tekortkomingen van eerdere initiatieven presenteerde Vermeire een pakket economische maatregelen om dit doel te bereiken. Hij introduceert een loonkostenverhoging voor buitenlandse spelers, een limiet op het aantal spelers onder contract per club en een Europees trainingsfonds als herverdelingsmechanisme. “Bij dit fonds is het noodzakelijk dat clubs extra moeten bijdragen wanneer zij onervaren buitenlandse talenten willen binnenhalen. Dit beperkt transfers van jeugdspelers tot de grootste talenten die voldoende motivatie en talent hebben om te slagen in de academie van een buitenlandse topclub.”

Bekijk hieronder enkele beelden!